De klucht van de brave moordenaar (1956)
The Tale of the Good Murderer La farce du gentil assassin
Countries
België
Languages
NL
Gauge
35mm
Silent/Sound
Geluidsfilm
Regisseurs
Cast
- Charles Janssens (Cipier)
- Paul Cammermans (Max)
- Romain Deconinck (Schallier)
- Ketty Van de Poel (Anneke)
- Co Flower (Juffrouw Van Arkelen)
- Luc Philips (Bakker Verlent)
- Gaston Vandermeulen (Dr. Faes)
- Renaat Grassin (Braem)
- Bob Storm (Bril)
- Cyriel Van Gent (Floor)
- Joris Collet (Meester Lootens)
- Adolphe Denis (Meester de St. Hubert)
- Irma De Veirman (Doka)
- Kris Betz (Baert)
- Jan Massink (Procureur-Generaal)
- Han Verne (David)
- Jan Van den Broeck (Directeur)
- Gust Ven (Onderzoeksrechter)
- Julien De Locht (Commissaris)
- Wim Tocquet (Brigadier)
- Louis Barret (Gendarm)
- Yvonne Delcour (Sofie Verlent)
- Angele Van Sundert (Mme Schallier)
- Staf De Clercq (Gust Ysebaert)
- Frits Willems (Griffier)
Productie
- Neptunus Films (Brussel)
Landen
België
Over deze film
Al in 1949 speelde Jef Bruyninckx, die een stevige reputatie genoot als monteur van films van Kiel, De Meyst en Diels, met het idee om het populaire toneelstuk van Jos Janssen, {De klucht van de brave moordenaar}, te verfilmen. Janssen was ook geen onbekende in het filmmilieu: Jan Vanderheyden had in 1936 al een bewerking van zijn stuk {De wonderdoktoor} verzorgd. Voor het scenario deed Bruyninckx een beroep op filmcriticus Joz. Van Liempt, maar het project raakte in het slop. De draad werd enkele jaren later weer opgenomen toen verdeler Martin Pardon Neptunus Films oprichtte. Deze nieuwe productiemaatschappij wou de Vlaamse commerciële filmsector steunen door het realiseren van betaalbare, populaire en rendabele werkjes. Charles Janssens, de toenmalige kampioen van het Vlaamse kassucces, werd aangezocht als hoofdrolspeler, terwijl Bruyninckx de opdracht kreeg zijn eigen scenario te verfilmen, onder het toeziend oog van Emile-Georges De Meyst en met een budget van 900.000 BF. De klucht van de brave moordenaar is een tot het rijk der dorpslegendes behorende komedie, die zich toespitst op de relatie tussen een bemoederende cipier en diens enige gevangene; als deze laatste zou vertrekken, zou de gevangenis haar deuren namelijk moeten sluiten. De opnamen gingen in oktober 1955 van start. De buitenopnamen vonden plaats te Veurne, Machelen en in het kasteel van Beaulieu; de binnenscènes in de Brusselse studio van André Notte. De eerste Neptunus-productie werd een succes over heel Vlaanderen, en de tandem Bruyninckx-Janssens zou op twee jaar tijd liefst nog viermaal herenigd worden.