Wat doen we met de liefde (1957)
What Do We Do About Love Que faire de l'amour
Countries
België
Languages
NL
Gauge
35mm
Silent/Sound
Geluidsfilm
Regisseurs
Cast
- Charles Janssens (Christoffel)
- Paul Cammermans (Fil)
- Marcel Hendrickx (Eric)
- Ward De Ravet (Wim)
- Wies Andersen (Jack)
- Anny Andersen (Polly)
- Co Flower (Madame Stoop)
- Dora Van der Groen (Lottie)
- Romain Deconinck (Romain)
- De Woodpeckers (Sultans)
- Gaston Vandermeulen (Burggraaf)
- Jean Sneyers (Kid Spanky)
- Nora Aurousseau (Dorothy)
- Jan Massink (Kapitein)
- Hector De Wandel
- Mutsaert
Productie
- Neptunus Films (Brussel)
Landen
België
Over deze film
De programmatie van de Belgische bioscopen in de jaren 50 werd gekenmerkt door een overvloed van Amerikaanse producties, met daarnaast films van eigen bodem, behorende tot de Brusselse folklore (genre Schoukens) of de Antwerpse farce (genre Kiel/Vanderheyden). Wat doen we met de liefde is een poging om de nationale folklore langzaam los te laten. Met de adaptatie van de roman van Jeroom Verten {Ulysse, wat doen we met de liefde} gaf Jef Bruyninckx, die er als cineast bij elke film op vooruitging, een exotisch tintje aan de Vlaamse cinema. Zijn muzikale komedie is gesitueerd aan boord van een luxueuze pakketboot van de Compagnie Maritime Belge. Alles draait om een liefdesavontuurtje: tijdens een cruise van Antwerpen naar Noord-Afrika raken de leden van een jazz-orkest allemaal verliefd op Polly, de zangeres (Anny Andersen). De opnamen vonden plaats van april tot 15 juli 1957. De opzet was ambitieus te noemen: er werd op locatie in Casablanca gedraaid en het budget lag opmerkelijk hoger dan dat van de meeste Vlaamse films. Aanvankelijk vertolkte Charles Janssens een kleinere rol, maar zijn aandeel werd uitgebreid om de commerciële kansen van de film te vergroten. Ook andere bekende vedetten zoals Ward De Ravet, Wies Andersen of de Woodpeckers (als swingende sultans) voerden hun nummertje op. Door de verstandige casting van populaire acteurs uit Antwerpen (Janssens), Brussel (Paul Cammermans en Jean Sneyers) en Gent (Romain Deconinck) hoopte men in heel Vlaanderen succes te boeken. Die hoop bleek gefundeerd: de film, die voor het grootste deel tot stand kwam in de betrekkelijk kleine Brusselse studio van André Notte, deed het uitstekend aan de kassa.