Dood van een non (1975)
Death of a Nun Mort d'une nonne
Countries
België, Netherlands
Languages
NL
Colour Type
Kleur
Gauge
35mm
Silent/Sound
Geluidsfilm
Regisseurs
Cast
- Nellie Rosiers (Sabine Arnauld)
- Jules Hamel (Joris)
- Josine Van Dalsum (Gertrude)
- Jo De Meyere (Nikki)
- Hans Rooyaards (Simon)
- Elly Koot (Marie-Anne)
- Janine Bischops (Andrea)
- Jozef Pellens (Daniel)
- Roger Coorens (Vader)
- Henny Alma (Moeder)
- Elliot Tiber (Finch)
- Antoon Carette (Pastoor)
- Elisabeth Andersen (Moeder Ancilla)
- Paula Sleyp (Novicenmeesteres)
- Roos Van Wijk (Kloosterzuster)
- Rea Dolhain (Jonge Sabine)
Productie
- Ciné Vog Films (Bruxelles)
- Cinecentrum (Hilversum)
Landen
België, Netherlands
Over deze film
1975 was niet alleen het jaar van Chantal Akermans subversieve Jeanne Dielman, ook de Vlaamse film- en mediawereld stond in rep en roer. Paul Collet en Pierre Drouot hadden immers de verfilming aangekondigd van een van de belangrijkste naoorlogse Vlaamse romans: de bestseller {Dood van een non} van de katholieke filmrecensente Maria Rosseels. Tot ieders verbazing waren Collet & Drouot, het stoutmoedige duo van de Vlaamse film, na enkele lucratieve producties op zoek gegaan naar een ernstiger, haast metafysisch onderwerp. Dood van een non brengt de goed uitgewerkte karakteranalyse van een verlamde, religieuze jonge vrouw (uitstekend vertolkt door Nellie Rosiers) die God belooft om non te worden indien ze geneest en de liefde mag ontdekken. Haar belofte komt ze na, maar haar geloof zal ze stilaan verliezen. Hoewel Collet en Drouot de roman vrij trouw bleven, koppelden ze er een totaal nieuw einde aan, dat in India gefilmd werd en door zijn atheïstische teneur vooral in katholieke kringen nogal wat opschudding teweegbracht. Op de Nederlandse markt verscheen zelfs een ingekorte en aangepaste versie, omdat coproducent Gerrit Visscher van Cinecentrum juist die eindsequentie al te ongeloofwaardig vond. Collet en Drouot werkten drie jaar aan hun film en leverden een technisch voortreffelijk en mooi gefotografeerd werk af, waarin de symbolische beeldtaal een grote rol speelt. Het werd de tot dan toe meest prestigieuze Vlaamse productie, die een recordsubsidie van 10.000.000 BF toegewezen kreeg (op een totaalbudget van 25.000.000 BF). De première van de film, die in zeven Belgische steden tegelijk plaatsvond, ging gepaard met een zelden geziene promotiecampagne.